Transport
Transport
door Martin Schuitema, Tekeningen: Peter Bootsma
Bij de oprichting van de KZVS was kennelijk nog niet veel nagedacht over de manier waarop de boten, eenmaal op het strand, naar de waterlijn zouden moeten worden gebracht. De eerste zorg betrof toestemmingen, een onderkomen, reddingsboot en de boten zelf. Toch bleek al gauw dat, toen we op het strand ons stekkie hadden, we iets essentieels over het hoofd hadden gezien. De afstand parking/zee bleek toch veel moeilijker met een boot te overbruggen dan we in eerste instantie dachten. Maar goed, we waren jong en sterk en we wilden wat. Stress en rugklachten waren nog onbekende begrippen en de WAO bestond nog nauwelijks als alternatief. Dus pakten we de Vauriens en Flying Juniors op de schouders en zeulden, solidair als we toen nog waren, de boten met elkaar de zee in. Individueel ingestelde zeilers sjorden de boot over het zand; de nieuwe uitdaging was zo sterk, dat we er wel wat zweetdruppeltjes voor over hadden.
Er waren wel zeilers bij met een soms zeer vreemde opvatting over "zee kiezen". Ik herinner mij een wat triestige figuur, die van zijn vrouw maar een dag per weekeinde mocht zeilen. Op een dag had hij zijn boot opgetuigd aan de waterlijn, klom aan boord en vroeg, gezeten aan de helmstok, of wij hem verder zee in wilden dragen. Zo ver gingen we dus niet. Deze zeiler verdween even stil als hij was gekomen: moeders had beslist dat de F.J. moest worden ingeruild voor een autootje om daarmee tijdens het weekeinde te toeren. Wij zagen hem lijden: daar ging de enige dag dat hij zichzelf kon zijn.
Enige verbetering kwam toen iemand singels ontwikkelde. Die gingen onder de boot door, wat het dragen vergemakkelijkte. Velen hadden hun boot op een gewone wegtrailer staan, maar het bleef een zaak van bloed, zweet en tranen. Toen ging iemand technisch denken en had het volgende gevonden. Een zeer moeilijk te omschrijven geval: twee fietswielen met een as, daar overheen een grote beugel met een korte en lange kant. De korte ging over de boot, werd vastgemaakt en door aan het lange gedeelte te hangen kwam door de veronderstelde hefboomwerking de boot los en kon zo rollen. Mits, en dat gebeurde dus vaak, de wielen niet wegzakten. Het geval bleek vooral bruikbaar om bij afbraak paaltjes uit het zand te wrikken. Wim Bouman dacht het probleem motorisch op te lossen en had daarop het volgende gevonden. Hij had de hand weten te leggen op een gemeentelijke motonnaaier en had deze voorzien van dubbele banden en een trekhaak. Een soort ijzeren hond, zoals die vroeger wel door de melkman werd gebruikt. Testrit in de winter met een aanhangertje gevuld met kinderen.
Het werkte prachtig op het harde zand. Maar in de praktijk, met Vaurien er achter, bleek ook dat helemaal niets. Grommend groef de zeezeug zich in, de enige richting die het mechaniek uit wilde, was verticaal omlaag. Wim zal het, als muzikaal ingesteld mens, wel aan een straatorgeldraaier hebben gesleten. Plannen werden gemaakt om paarden aan te schaffen en enkele dierenliefhebbers zagen reeds een paardestal naast de Roef, maar verder dan de papagaaien van Eldorado kwamen we niet.
We hadden een lid, Harry heette hij geloof ik, die van een halve 2CV een strandtrailer voor zijn Schakel had gemaakt. Loodzwaar, maar deze zeiler beschikte over een uitzonderlijke lichaamskracht. Hij was kort en vierkant; een moderne, maar zeer vriendelijke Neanderthaler. Als een Pittbul beet hij zich aan zijn oplegger vast en sjorde de hele zaak, alleen, naar de waterkant. Wij waren elke keer weer verstomd hoe lichaam en geest de weerbarstige materie van honderden kilo's overwon. Ook verder was hij inventief gekleed in autobinnenband ging hij de branding in om foto's te maken. Resultaten hebben we nooit gezien, maar de poging als zodanig oogstte veel bijval.
Gelukkig hadden we Gerard en die had op zijn eigen bekende manier het volgende op het probleem gevonden, dacht hij. Als werkstuk liet hij al zijn leerlingen elk een spaak voor twee buitensporig grote karrewielen maken. Het resultaat was een as met twee wielen, waaronder de boot kon worden gehangen. Uiteraard werkte het, maar het bleef ploeteren en sjorren.
Voor de goede orde: we spreken nog steeds over de jaren 66 tot 70. De inventieve geesten bleven actief en de uitvindingen volgden elkaar op. Uitvinding was wellicht een te groot woord. Hoewel, het idee om Skippy-ballen onder de boot te leggen of een zak vol strandballen getuigde toch van een beginnende vorm van brilliantie. Het werkte wel, maar het kostte verdomd veel tijd en moeite om de boten drijvend te krijgen.
Zeker toen de eerste Swift verscheen, werden alle mechanische bedenksels helemaal onpraktisch: twee rompen, dat verdubbelde het probleem. Gelukkig had ik bij de ontdekking van de Swift in Engeland ook zeer bruikbare, simpele strandtrailertjes gevonden. De Engelsen waren uiteraard al veel langer bezig geweest ons "wiel" uit te vinden.
Met de sterk wassende stroom van Swifts uit Engeland (gevaren, gesmokkeld, geruild of geimporteerd) kwamen er ook meer catamaranstrandtrailertjes; opnieuw een bron van inspiratie voor Gerard, die er terecht van overtuigd was dat alles met hout is op te lossen. In de Schenkstraat hebben we een hele winter in ploegendienst gewerkt om het rolplankier te maken.
Korte latjes, gaten er in, touw er door, etc. etc, maar zeer bruikbaar om de boottrailers overheen te rollen. Uitrollen in de morgen, wanneer iedereen nog fit was, ging prima. Maar om 's avonds het plankier weer recht te rollen, was moeilijker; ook omdat dan de solidarteitsgedachte was verdwenen en velen voor het opruimen huiswaarts waren gekeerd.
De volgende stap was de fabrikage, door Gerard en Wim Bouman, van eigen Swifttrailers. Natuurlijk hout met kruiwagenwielen. Deze doen nog steeds geduldig dienst.
Ja, en dat was feitelijk het einde van de transportevolutie. Ik vertrok naar Wassenaar voordat de discussie over een tractor ontbrandde met de vele milieu voor- en tegenstanders. Dat was trouwens een van de redenen dat ik samen met enkele andere KZVS-"dissidenten" een vereniging in Wassenaar oprichtte. Niks geen inspraakgezeur: we kochten direct een trekker en rups. We hadden genoeg gezeuld en gedragen.








